Tot de aspirantentak behoren de kinderen welke zich in het vijfde en zesde leerjaar van de lagere school bevinden.
Het is onze bedoeling om de aspiranten zo goed mogelijk voor te bereiden op het echte patrouilleleven met de tenten tijdens het zomerkamp.
We maken van deze leergierige leeftijd handig gebruik om ze de voornaamste knopen en sjorringen bij te brengen, alsook het opstellen, onderhouden, afbreken en opbergen van een tent. Dit is gewoon onmisbaar om een geslaagd zomerkamp door te brengen.
Een kaart en kompas kunnen gebruiken , behoort tot de basiscursus van iedere aspirant. E.H.B.O. wordt eveneens niet uit het oog verloren. Een vriend(in) de eerste zorgen kunnen toebrengen tijdens een uitstap of een kamp kan enorm belangrijk zijn.
Verder kan hij (zij) zich bekwamen in het behalen van een hele reeks badges of vaardigheidsinsignes. Een echte scout (guide) probeert natuurlijk er zoveel mogelijk te verzamelen. Een overzicht van deze badges en de eisen welke daaraan verbonden zijn vinden we in het logboekje en het Teervoet- en 2° Klas-Proevenboek.
Sinds enkele jaren krijgt het varend aspect bij de aspiranten meer en meer aandacht. Een aantal rubberboten (rafts) zorgen ervoor dat we onze aspi´s spelenderwijs de eerste vaartechnieken bijbrengen.
De aspiranten worden ingedeeld in patrouilles van ongeveer tien kinderen met aan het hoofd een patrouilleleid(st)er (P.L.), bijgestaan door een hulppatrouilleleid(st)er (H.P.L.).
Iedere patrouille draagt de naam van een dier en heeft ook zijn eigen kleur. Een volwaardig lid van een patrouille moet de levenswijze van dat dier kennen.
Bij het openen en sluiten van de formatie horen we telkens de patrouillekreten.
De P.L. heeft de leiding over zijn of haar patrouille. Hij/zij vertegenwoordigt zijn patrouille op de ereraad, waarop de werking , de problemen en de wensen van zijn/haar patrouille worden besproken.
Na enige tijd zal de aspirant zijn "wet en belofte" moeten afleggen. Hij/zij beseft dat, wanneer men in een groep leeft, men niet zijn eigen willetje kan doordrijven. Hij/zij belooft rekening te houden met en eerbied te hebben voor al de anderen die deel uitmaken van de groep. De wet bevat een hele reeks menselijke eigenschappen die we hem/haar proberen bij te brengen. Het is een leefregel die we zo goed mogelijk proberen te volgen, om zo tot een betere burger te kunnen ontwikkelen.